• Veulen
  • Veulen

Correcties in hoef- en beenstand bij veulens

Werken met veulens, dat is één van mijn favoriete bezigheden. De groei van de hoeven van het veulentje terwijl het nog in de baarmoeder van de merrie zit en de snelle ontwikkeling na de geboorte vind ik fascinerend.

Goede, stevige benen en hoeven die in een optimale stand staan zijn voor een paard van levensbelang. Des te meer reden om op tijd aan de bel te trekken als er met de stand van de benen of hoeven van je pasgeboren veulen iets niet helemaal in orde is.

De afgelopen jaren heb ik verschillende veulens met een (aangeboren) standsafwijking kunnen helpen. Voor een optimaal behandeltraject en om controle te hebben over zowel de hoefverzorging als over de huisvesting en voeding van het veulen, bieden wij de mogelijkheid je veulen met moeder op te nemen in onze hoefrevalidatie. In dit artikel vertel ik over mogelijke standsafwijkingen bij veulens en de behandeling daarvan.

Een afwijkende stand na de geboorte

Wanneer paarden worden geboren, zijn hun hoeven bedekt met een rubberachtige laag. Deze capsule bedekt de scherpe randen van de hoeven van het veulen en beschermt zowel het veulen als de moeder tegen verwondingen tijdens de geboorte.
Niet lang na de geboorte staat het veulentje al op: het moet snel kunnen vluchten wanneer er een roofdier op de loer ligt. De hoefjes, die eerst nog zacht en rubberachtig leken, verliezen hun beschermende laagje en ontwikkelen zich al snel tot stevige voeten om hard op te kunnen rennen.


Soms gaat er in de baarmoeder, tijdens of vlak na de geboorte iets mis en komt het veulen ter wereld met scheve beentjes of hoefjes. Standsafwijkingen bij veulens komen relatief vaak voor. Veel voorkomende afwijkingen zijn: een bokhoefje, een steltloper, hyperextensie, X-benen, O-benen of de zogenaamde windswept.


Er zijn diverse oorzaken voor standsafwijkingen bij veulens. Er is een onderscheid tussen ‘verkregen afwijkingen’ en ‘aangeboren afwijkingen’. Verkregen afwijkingen zijn ontstaan na de geboorte en kunnen diverse mogelijke oorzaken hebben zoals veulenziekte, trauma, te veel of te weinig beweging of onjuiste voeding.
Een perinatale afwijking heeft het veulen al bij de geboorte. Mogelijke oorzaken van deze standsafwijkingen bij veulens zijn onder andere onjuiste voeding van de dragende merrie, een genetische oorzaak (erfelijkheid), vroeggeboorte, ligging van het veulen in de baarmoeder of tweelingdracht.

Flexurale en angulaire standsafwijking

Standsafwijkingen bij veulens zijn te verdelen in twee groepen: flexurale en angulaire afwijkingen. In de eerste groep vallen de afwijkingen die vanaf de zijkant gezien kunnen worden, zoals de bokhoef, steltvoet en de hyperextensie. Deze hebben te maken met de pezen. Zo ontstaan de bokhoef en de steltvoet door een te hoge spanning in de buigpees of buigpezen. De hyperextensie heeft juist een tegenovergestelde oorzaak.
Onder angulaire standsafwijkingen bij veulens vallen afwijkingen die je kunt zien als je de stand van het veulen recht van voren bekijkt. Voorbeelden hiervan zijn X-benen, O-benen, koehakkigheid en windswept. Deze problemen hebben meestal te maken met een scheve groei vanuit de groeischijf of groeischijven.

Enorm snelle lengtegroei en sluiten van groeischijven

Groeischijven bestaan uit kraakbeen en maken de lengtegroei van de beenderen van je veulen mogelijk. Langzaam sluiten deze groeischijven zich als de belangrijkste lengtegroei in het been is geweest.
Bij de onderste beenderen sluiten de groeischijven zich het eerst. De groeischijf van het hoefbeentje is zelfs al gesloten bij de geboorte. Dan gaat het verder door omhoog: de groeischijven in de benen zijn dus al vrij snel gesloten. Dit zorgt ervoor dat eventuele angulaire afwijkingen na verloop van tijd lastiger te behandelen zijn.


Door de enorm snelle lengtegroei die het veulen doormaakt zullen ook de pezen snel onder spanning komen staan. Daarom is een afwijking in de flexurale stand ook moeilijker te behandelen als de snelheid van de lengtegroei afneemt.
Wil je een afwijkende been- of hoefstand bij je veulen succesvol kunnen corrigeren, is het dus zaak om zo vroeg mogelijk in te grijpen. De kans dat de standscorrectie goed lukt, is namelijk het grootst als er professioneel wordt ingegrepen terwijl het veulen nog volop in de groei is. Een goede samenwerking tussen je hoefsmid en dierenarts is hierbij essentieel. Hoe sneller er professioneel ingegrepen wordt des te gunstiger is de prognose.

 


bokhoefje dallmer schoentje aangepaste epic


Het corrigeren van een afwijkende hoef- of beenstand

Kleine standscorrecties kunnen met een mes en/of rasp door een kundige hoefverzorger gedaan worden, maar soms is er meer nodig. Wil je de beenstand of de stand van de hoef bij een veulen corrigeren, dan is er vaak geen andere keuze dan te gaan lijmen. Hoefverzorgers kunnen gebruik maken van hulpmiddelen zoals speciale veulenschoentjes. Deze worden onder de hoef gelijmd.


Aan lijmen kleven ook de nodige nadelen en uitdagingen. Zo is een goede hechting erg belangrijk. Een veulen staat niet zo gemakkelijk stil. Tijdens het aanbrengen van de corrigerende maatregel is het, naast het hebben van een dosis rust en geduld, ook echt van belang om snel te werken.
Het veulen moet na het lijmen ook gewoon weer lekker buiten kunnen rondrennen en bokkensprongen maken. De kans dat je corrigerende hoefschoentje of extensie loslaat van de hoef is daarom reëel. Mocht er iets losgaan dan moet er heel snel ingegrepen worden: dezelfde dag nog.
Bovendien groeit een veulenhoef heel snel. Wanneer je er iets onder lijmt en dat niet door een deskundige in de gaten laat houden, zou dat de breedtegroei tegen kunnen gaan waardoor er weer kans is op hoefvervorming.

Kortom: een standscorrectie bij veulens is geen kwestie van ‘lijmen en loslaten’. Het is belangrijk om het veulen meerdere keren per dag te kunnen checken en direct te kunnen ingrijpen wanneer dat nodig is.

 

Huisvesting en begeleiding bij standscorrectie

Standsverandering is een dynamisch proces. Een deel van de behandeling bestaat uit het aanbrengen en goed monitoren van speciaal aangepaste orthopedische hoefschoentjes. Echter, dit is niet het enige dat nodig is om tot een gezonde hoef- of beenstand te komen.
Ook een juist gedoseerde hoeveelheid beweging over de verschillende ondergronden is minstens zo belangrijk. Daarnaast is er waarschijnlijk ondersteuning vanuit een dierenarts nodig, soms in de vorm van pijnstilling. Bovendien kunnen (rek)oefeningen onder begeleiding van een paardenfysiotherapeut gewenst zijn.
De correctie van een afwijkende hoef- of beenstand bij je veulen is een tijdrovende klus. Met één keer per maand een bezoek van de hoefsmid ga je het niet redden. Eigenlijk zou je hoefsmid bijna dagelijks even moeten langskomen om te controleren hoe het gaat, en waar nodig bij te sturen.

 

Opereren: een ingrijpende maatregel

Bij te laat ingrijpen of een tegenvallend resultaat bij een behandeling kan er vaak nog operatief ingegrepen worden. Ook hierbij geldt: hoe eerder, des te beter de prognose voor het veulen. Dierenartsen zijn vaak wat afwachtend bij een afwijkende stand bij veulens. Inderdaad: soms trekt het vanzelf recht. Echter te lang afwachten kan ervoor zorgen dat alleen de laatste optie voor standscorrectie nog overblijft: een operatie.
Bij flexurale afwijkingen waarbij de pezen een grote rol spelen, bijvoorbeeld een te hoge spanning in de buigpezen bij de bokhoef kan het checkligament of de beide checkligamenten worden doorgesneden. Die behandeling in combinatie met orthopedische veulenschoentjes zorgt ervoor dat de stand snel weer goed komt. De checkligament(en) herstellen wel weer.


Ook scheefgroei vanuit de groeischijven kan operatief behandeld worden. Men kan de groei aan een zijde stimuleren of juist afremmen door bijvoorbeeld het inkerven van de groeischijven. Hierbij geldt: de operatie zelf hoeft niet per se voor problemen te zorgen. Toch verdient het de voorkeur om niet te opereren als het ook anders kan.


Je eigen dierenarts of de kliniek waarnaar je wordt doorverwezen voor een operatie is ongetwijfeld goed in het uitvoeren van deze ingreep. Een operatie brengt echter altijd risico’s met zich mee en laat altijd littekens na.
Het grootste nadeel van een operatie is dat je veulen enkele weken boxrust moet houden. Dat terwijl vele onderzoeken aantonen dat opgroeiende veulens gebaat zijn bij vrije beweging! Bovendien kan een periode van boxrust op latere leeftijd ook weer voor problemen zorgen. Denk aan problemen in het bewegingsgestel maar ook luchtzuigen en andere stalondeugden kunnen hun oorsprong vinden in boxrust op jonge leeftijd. Alle reden dus om het niet zover te laten komen.

 

Wacht niet te lang: roep de hulp van een deskundige in

In de praktijk merk ik dat er vaak te laat wordt ingegrepen wanneer de hoef- of beenstand van een veulen niet ‘normaal’ is. Hoefsmeden en dierenartsen zijn vaak terughoudend, meestal omdat het niet hun specialiteit is om een afwijkende stand te corrigeren. Je krijgt vaak het advies om het ‘nog even aan te kijken’.


Het behandelen van veulens met een standsafwijking is ook echt iets anders dan regulier hoefonderhoud, het bekappen en/of beslaan en zelfs heel anders dan het aanbrengen van orthopedisch beslag. Dit is natuurlijk helemaal geen probleem en het is niet vreemd als jouw hoefsmid geen deskundige op het gebied van veulenhoeven is. Hij of zij zou je in dat geval moeten doorverwijzen, zodat snel met de behandeling kan worden gestart.


Maandenlang dingen uitproberen zorgt voor een kostbaar tijdverlies. De groeisnelheid van de botten neemt snel af. Een veulen van zes maanden is al op de helft van zijn volwassen lichaamsgrootte. Het is zaak om in te grijpen wanneer het veulentje nog volop in de groei is: in de eerste weken en maanden na de geboorte. De kans dat corrigerende maatregelen succes hebben, is dan het grootst. Bovendien is hiermee in de meeste gevallen een ingrijpende operatie te voorkomen.


Kijk het dus hooguit een paar weken aan: de afwijking kan ook vanzelf bijtrekken. Is het na een paar weken echter niet verbeterd, of verergert de afwijkende stand alleen maar (je veulentje wordt ook snel zwaarder), neem dan contact op met een hoefspecialist die deskundig is op dit gebied.

 

Merrie en veulen in hoefrevalidatie

Ik werk heel graag met veulens. Het liefst vang ik het veulen met moeder bij ons op zodat ik de behandeling op de voet kan volgen en zo nodig bijstellen. Alle mogelijke (lijm)schoentjes en andere benodigdheden zijn aanwezig. Wanneer er geen standaardoplossingen meer zijn kunnen we de nodige aanpassingen aan bestaande hoefschoenen maken.


Als een merrie met veulen hier in onze hoefrevalidatie verblijft voor een standscorrectie van bijvoorbeeld een bokhoef, kan ik dagelijks bijsturen. Ook kan ik direct ingrijpen mocht het veulen de lijmschoen of extensie verliezen door deze direct te vervangen. Verder geven we de nodige beweging op de juiste ondergrond. We hebben zelfs speciaal daarvoor een mooie ovale trainingsmolen van 19 bij 13 meter waar de merrie met veulen in kan om voor nog meer beweging te zorgen.
Daarbij werken wij samen met een dierenarts en paardenfysiotherapeut voor eventuele ondersteuning.

 

Casus uit de praktijk: corrigeren van een bokhoefje

Dit jaar verbleef er een mooi KWPN merrieveulen bij ons in de hoefrevalidatie. Zij was eigenlijk al vrij 'oud' op het moment van opname; of we voldoende resultaat zouden kunnen boeken was maar de vraag. Ze was bijna een half jaar en had een heel steile bokhoef.
Natuurlijk is de eerste actie altijd een corrigerende bekapping. Vanaf de eerste dag zijn we daarnaast aan de slag gegaan met correctieve lijmschoentjes. De gangbare maten veulenschoentjes pasten al niet meer omdat het veulen al te groot was, maar na wat knutselen had ik wat bruikbaars gemaakt.


We hebben het veulen ondersteund met pijnstilling. Van de fysiotherapeut kregen we speciale rekoefeningen om te doen. Al vrij snel was duidelijk dat we zeker effect zouden gaan zien: het hoefje werd steeds correcter belast.
En op een gegeven moment ging het niet meer met lijmschoentjes, terwijl het corrigerende werk nog niet geheel klaar was. Ter ondersteuning heb ik toen een standaard hoefschoentje omgebouwd tot therapeutisch veulenschoentje.
Merrie en veulen werden, na een eerste wenperiode met z’n tweeën te hebben gestaan, al spoedig in onze eigen kudde opgenomen. Het voordeel daarvan was, dat het afspenen heel soepel verliep. Het veulen heeft geen enkele moeite gehad met het vertrek van de merrie. Hoewel het veulen zelf inmiddels ook naar huis mocht, vond de fokster het prettig als zij nog een tijdje bij ons in de ‘opfok’ kon blijven. Het voordeel hiervan is dat ik voortdurend zicht heb op de hoeven van het opgroeiende veulen. Zeer regelmatig werk ik nog wat bij, maar er is een bepaalde basisstand behaald waar we tevreden mee kunnen zijn. Dat terwijl de enige optie volgens de eigen dierenarts een operatie was.


casus1 casus2 casus3

Casus uit de praktijk: veulen ambulant helpen

Hier heel vlakbij heb ik ook nog een ander veulen kunnen helpen. Dit veulen stond heel erg koehakkig. Omdat ik niet bij mij thuis kon werken, heb ik eerst het veulen beoordeeld, en meteen een afspraak gemaakt met de dierenarts zodat we het lijmen onder verdoving konden doen. Als het even kan doe ik dat liever niet, maar omdat het niet bij mij thuis was leek ons dit het beste.
De correctieve veulenschoentjes bleven goed zitten en hebben voor een mooi resultaat gezorgd, voor zover mogelijk was. Het veulen vertrok namelijk na 6 weken behandeling naar het buitenland voor de opfok. Maar we konden zeker tevreden zijn. Mits er een deskundige hoefsmid de juiste opvolging geeft aan dit veulen staat er ook hier niets een goede stand meer in de weg.


casus3 casus4 casus5

 

Conclusie: wacht niet te lang bij een afwijkende hoef- of beenstand

Belangrijk bij een standsafwijking bij veulens is: wees niet afwachtend, in de eerste 4 weken moet een eventuele afwijkende stand vanzelf correct groeien en anders moet je ingrijpen! Het is sowieso raadzaam om bij een afwijking de hoefsmid en dierenarts te informeren.


Vraag of je hoefsmid eerlijk wil zijn over zijn of haar ervaring in het begeleiden van standscorrecties bij veulens. Het is echt geen gezichtsverlies als hij of zij je liever doorverwijst: beter dat dan te laat of niet correct ingrijpen.
Met de goede begeleiding is opereren echt in de meeste gevallen niet nodig. Hoe sneller je ingrijpt des te korter het behandeltraject. Hoe later je ingrijpt, des te langzamer de correctie en hoe onzekerder het eindresultaat.
Tot slot wil ik aangeven dat je veulen met merrie meer dan welkom zijn hier op de hoefrevalidatie. We doen dan ons uiterste best doen om je veulen zo snel mogelijk mooi op de benen te krijgen!